terug naar Penterbak informatie     terug naar inhoudsopgave

        WAT IS EEN PENTERBAK?

Een penterbak is een langwerpige schuit die wordt gebruikt in het water of het balkengat van de houtzaagmolens en dient voor het transport van het opgeslagen stamhout.

balkengat bij de Eenhoorn 1927

Balkengat met penterbak.

naast het molenaarshuis en de elektrische zagerij naast de Eenhoorn rond 1927. Op de spiegel van de schuit staat links een molentje en rechts een haai die een vis najaagt afgebeeld.

In het midden van de schuit ligt een stevig houten raam, dat aan één kant buiten boord steekt. Tussen de twee langste balken van het raam, die ten opzichte van de schuit dwars liggen, is een dikke rol (een windas) opgesteld. Vanaf die rol loopt een touw over een tweede rol, gevat in het buiten de schuit stekende deel van het raam; aan het eind van dat touw wordt de penter verbonden. Dit is een dikke, ronde stok, onderaan voorzien van een platte, spitstoelopende ijzeren punt, waaraan een beweegbare ring, om er het genoemde touw aan vast te binden.

de penter

De penter.

De penter wordt op de stam geplaatst en door één man vastgehouden. Een tweede man neemt daarna de slaai (sleg: grote houten hamer) ter hand om, met enige flinke slagen, de penter in de stam te drijven.

penteren

Twee mannen penteren een stam, de derde houdt de schuit in bedwang.

Vervolgens wordt met een handspaak de windas in beweging gebracht, die van een palrad voorzien is. Hierdoor rolt het touw zich op om de rol en langzaam komt de gepenterde stam naar boven. De aldus gedeeltelijk boven water verschenen stam, wordt daarna, hangende aan de penter, naar de sleephelling van de molen gevaren en kan dan naar binnen worden getrokken, met de door deze gedreven winderij.

Ook bij de Eenhoorn wordt gebruik gemaakt van een penterbak. Evenwel een stalen exemplaar met een windlier.

de penterbak

De penterbak van de Eenhoorn anno 2007.

 

tekening van een  penterbak

Nog een variant van een penterbak met een wipstok methode en een grijphaak.

De penterbak werd vroeger ook gebruikt door de molenaar en zijn klant, de  houtkoper.  De zelfstandige zaagmolenbaas kocht zijn stamhout in en liet dit in de balkenhaven wateren. Dit gold voornamelijk voor de looizuurhoudende soorten zoals eikenhout. Dennen en vurenstamhout werd ook opgeslagen in het water maar dat was omdat opslag op het droge vrijwel niet mogelijk was. De opslag in het water moest daarom niet te lang duren omdat door de invloed van zuurstof de naaldhoutsoorten konden gaan rotten. Eikenhout daarentegen zonk naar de bodem waardoor conservering plaats vond. Het looizuur dient door stromend water te worden afgevoerd. Dit zuur beinvloedt de kwaliteit van het gezaagde hout aanzienlijk. Het blijft aan krimp en krom- en scheluwtrekken onderhevig en reageert lelijk bij contact met ijzer.

Als de houtkoper naar de molenaar kwam om zaaghout aan te schaffen, werd hij, als hij niet uit diens voorraad wilde kopen, meegenomen in de penterbak om geschikt stamhout uit te zoeken. De molenaar wist waar de goede stammen opgeslagen waren, voer naar deze plek en penterde een stam. De stam werd naast de penterbak aan de waterlijn gewonden en de houtkoper kreeg zo de kans om de stam te keuren op kwaliteit. Door te kijken en te kloppen kon hij inschatten wat hij kocht. De gekozen stam werd door de klant gemerkt en de zaagopdracht werd gegeven. Mocht na het zagen blijken dat er slechte of rotte delen in het hout zaten dan was de molenaar spekkoper en de klant zat met de rotzooi. Hij keurde tenslotte zelf zijn stam. Sjoemelen ging ook niet want de klant had zijn stam zelf voorzien van eigendomsmerken middels een speciale hamer en die merken waren zonder hamer moeilijk te vervalsen.

slaghamer van de Eenhoorn

Ook de Eenhoorn is nog in het bezit van een eigen hamer.

 terug naar Penterbak informatie     terug naar inhoudsopgave